“Geld dat in tweede instantie wordt gecreĆ«erd voor consumptie, speculatieve handel of financiĆ«le speculaties, leidt tot een aanwas van 'onproductief' geld.”

Joseph Schumpeter

Jaar:

Nieuws


Stralingsmeter Kunst Reserve Bank

woensdag 20 december 2017

De laatste munt van de komende serie 'Gevaarlijk Geld' zal radioactief materiaal bevatten. Om de hoeveelheid ioniserende straling van deze munten vast te kunnen stellen, hebben we enige tijd geleden zelf een stralingsmeter gebouwd. Geen simpele geigerteller, maar een meter met de extreem gevoelige Russiche SBT-10A (CБT-10A) sonde.

Sonde SBT-10ADe SBT-10A bevat maar liefst 10 afzonderlijke Geiger-Müller buizen met verschillende gassen. De sonde registreert daarmee heel nauwkeurig zowel α-, als β- en γ-stralen. Meestal worden alleen die laatste γ-(gamma) stralen als gevaarlijk aangemerkt, maar de eerste twee zijn ook schadelijk en worden bij professionele meters ook altijd apart gemeten.
(Zie hieronder uitleg over verschillende typen straling)

Vanwege de betrouwbare metingen die hiermee konden worden gedaan, werden deze sondes tijdens de kernramp in Tsjernobyl in grote aantallen naar de Oekraïne gezonden. Door het flinterdunne mica-glas waren deze sondes echter bijzonder kwetsbaar en in de loop der tijd zijn ze heel zeldzaam geworden. Na wat speurwerk hebben wij iemand in de Oekraïne gevonden die nog een partij intacte exemplaren had staan.

Stralingsmeter electronica Stralingsmeter behuizing

De geavanceerde elektronica van de meter is met hulp van het trouwe lid van het eerste uur, Mark-Jan Bastian, in elkaar gezet. Mark-Jan helpt kunstenaars vaker met hun technische problemen en bedenkt altijd slimme oplossingen. Zo heeft hij onze meter meteen voorzien van een USB Li-Poly batterij. Een middagje solderen en de boel zat in elkaar.

Voor de hele kit hebben we vervolgens een speciale behuizing ontworpen en na enkele pogingen is het gelukt deze met een 3D-printer uit te printen. Het resultaat is een handzame stralingsmeter die er misschien wat knullig uit ziet, maar niet onder doet voor de high-end professionele modellen die bijna € 1.000 kosten...

Verschillen tussen α-(alfa), β-(beta) en γ-(gamma)stralen

In alle drie gevallen gaat het om ioniserende straling. D.w.z. om (subatomaire en elementaire) deeltjes die reageren met andere atomen en deze kunnen veranderen. Simpel gezegd kunnen deze stralen zowel levende als dode materie veranderen (en dus beschadigen).

Alfa- Beta- en GammastralingHet verschil tussen α- en β-straling zit 'm vooral in de deeltjes die worden uitgezonden en de hoeveelheid energie die ze bevatten. Bij α-stralen gaat het om 2 protonen en 2 neutronen (= de kern van een helium-4-atoom). Dit zijn relatief zware deeltjes met een lage energie en deze straling reikt daarom niet ver – papier of plastic houdt het al tegen. Maar eenmaal in het lichaam kunnen deze deeltjes wel veel schade in de directe omgeving veroorzaken.
(Zie bijvoorbeeld de gifmoord met Polonium op Aleksandr Litvinenko).

Bij β-stralen worden elektronen of positronen uitgezonden. Dit zijn lichtere subatomaire deeltjes dan de 4 protonen/neutronen, maar ze hebben wel meer energie. Lichte metalen als aluminium, maar ook normale kleding en één meter lucht houden de meeste β-straling wel tegen. Of beter gezegd: alle energie van de β-stralen wordt door de massa van deze materialen geabsorbeerd.

Bij γ-stralen gaat het niet om subatomaire deeltjes, maar om electromagenetische golven met een hele korte golflengte en dus een extreem hoge energie. Electromagnetische straling manifesteert zich zowel als golf, als deeltje. De botsingen van 'fotonen' met het electrisch geladen gas in een Geiger-Müllerbuis kunnen daarom ook worden geregistreerd. Vanwege de hoge energie is er veel massa nodig om γ-stralen te absorberen – bijvoorbeeld een dikke laag lood of beton. Deze doordringende eigenschap van γ-stralen zorgt er ook voor dat ze diep in ons lichaam kunnen doordringen en daar cellen beschadigen. Gammastraling wordt daarom als de gevaarlijkste straling beschouwd.

Gezondheidsschade

Gezondheidsschade als gevolg van α-, β- en γ-stralen is een kwestie van kans: hoe langer men aan een bepaald type straling is blootgesteld, des te groter de kans dat een deeltje of golf in botsting komt met een molecuul in een lichaamscel en deze beschadigt. Bij de meeste moleculen zal dat weinig gevolgen hebben, maar natuurlijk wel als het om een DNA-molecuul gaat: dan functioneert de hele cel niet meer correct (en in sommige gevallen kan dat ook tot kanker leiden).

In principe veroorzaakt de uiterst geringe, maar wel overal aanwezige achtergrondstraling ook botsingen in onze lichaamscellen. De kans dat dit tot serieuze schade leidt, is bijzonder klein maar neemt met de jaren wel toe. Hoe ouder men wordt, des te langer is men blootgesteld aan die zeer geringe dosis straling en dus hoe groter de kans dat er wel vitale delen beschadigd raken. Als gevolg van die toenemende schade gaat alles wat leeft uiteindelijk gewoon stuk - oftewel: dood.

Met een hogere dosis en langere blootstelling neemt de kans op gezondheidsschade dus toe. Maar zoals gezegd, hebben de verschillende typen straling verschillende effecten op afzonderlijke delen van het lichaam. De mogelijke schade van straling voor het gehele menselijke lichaam wordt uitgedrukt in eenheden 'sievert'. Het gaat bij deze eenheid nog steeds om kansberekening dus welke dosis sievert toelaatbaar is, blijft arbitrair. In Nederland hanteert men voor normale, gezonde volwassenen een dosis van 20 mSv (millisievert) per jaar als gezondheidsgrens.

Hoe gevaarlijk zijn de munten met uraniniet?

De uraniumoxide in Uraniniet straalt voor ruim 90% α-stralen uit en deze worden volledig door het gorilla-glas geabsorbeerd. De overige 10% bestaat uit β- en γ-stralen en het is deze straling die we met onze stralingsmeter registreren.

Gemiddeld meten de munten zo'n 10 μSv/h (microsievert/uur). D.w.z. dat men dicht bij de munt in één uur 10 microsievert 'kans op' schade oploopt. Na één dag is dat 240 μSv.
Dat betekent, dat pas als men de kale munt 83 dagen onafgebroken dicht op het lichaam heeft gehouden, de jaarlijkse limit van 20 mSv wordt overschreden.
Het gevaar van deze munt is dus gering, maar het is misschien toch niet verstandig om dit uit te proberen. Tot op zo'n anderhalve meter kunnen wij nog enkele β- en γ-stralen meten - daarna valt alles weg tegen de achtergrondstraling. Deze reservemunt dus ook niet jarenlang onder uw matras bewaren.

Zolang het glas intact blijft en er dus geen α-stralen vrijkomen, kan de munt gewoon worden vastgepakt. Het is speciaal gorilla-glas dat moeilijk breekt, maar laat de munt voor de zekerheid wel zoveel mogelijk in de muntcapsule zitten. In de muntcapsule halveert de dosis bovendien tot zo'n 5 μSv omdat het plastic de meeste β-stralen ook weer tegenhoudt. Buiten bereik van kinderen, veilig opgeborgen in een lade of kast vormen de munten zo geen serieus gevaar voor u of uw kroost.



Comité van aanbeveling

Herman WijffelsProf.dr. H.H.F. Wijffels, voormalig voorzitter van de Rabobank, voorzitter van de SER en Nederlandse bewindvoerder bij de Wereldbank in Washington. Herman Wijffels is momenteel hoogleraar ‘duurzaamheid en maatschappelijke verandering’ aan de Universiteit Utrecht.

Arnold HeertjeProf.dr. A. Heertje, emiritus hoogleraar staathuishoudkunde aan de juridische faculteit van de Universiteit van Amsterdam. Tevens bijzonder hoogleraar in de geschiedenis van de economische wetenschap en lid van de Koninklijke Nederlandse Academie van Wetenschappen.

Rick van der PloegProf.dr. F. van der Ploeg, staatssecretaris voor cultuur en media in het Kabinet-Kok II. Rick van der Ploeg is tegenwoordig hoogleraar economie, University of Oxford en hoogleraar politieke economie, Amsterdam School of Economics, Universiteit van Amsterdam.

Coöperatie Kunst Reserve Bank — Overtoom 256, 1054JA Amsterdam — T. 06 1226 3331 — info@kunstreservebank.nl